Samenvatting: Wat kun je doen als je puber verkeerde vrienden heeft?
- Kijk naar het gedrag van je puber, niet alleen naar de vrienden.
- Probeer te begrijpen wat je puber in de groep vindt.
- Stel duidelijke grenzen bij daadwerkelijk risicovol gedrag.
- Houd het contact open, ook als je het niet eens bent met je kind.
- Kijk ook naar wat jij vanuit angst probeert te controleren.
Je hebt het gevoel dat je puber verkeerde vrienden heeft.
Je kent ze niet goed. Of misschien ken je ze inmiddels wel en denk je: dit zijn niet de vrienden die ik voor mijn kind zou kiezen.
Je merkt dat je puber verandert. Minder thuis. Minder aanspreekbaar. Meer geheimen. Misschien gaat school slechter, wordt er meer gelogen of merk je dat je kind dingen doet waar je je eerder geen zorgen over hoefde te maken.
En ondertussen vraag je je misschien steeds hetzelfde af:
Hoe zorg ik dat mijn puber bij deze vrienden wegkomt?
Dat is een begrijpelijke vraag. Als ouder wil je je kind beschermen. Maar er is een lastige werkelijkheid: je kunt niet bepalen met wie je puber bevriend raakt. Juist wanneer je bang bent dat je kind verkeerde keuzes maakt, kan dat ontzettend moeilijk zijn.
Hoe weet je of je puber verkeerde vrienden heeft?
Het woord verkeerde vrienden klinkt alsof het probleem duidelijk bij de andere jongeren ligt, maar zo eenvoudig is het meestal niet.
Niet iedere vriend die jij niet vertrouwt, is automatisch een slechte invloed. En niet iedere vriend die jij wél aardig vindt, is automatisch goed voor je kind. Daarnaast zijn niet alleen de vrienden belangrijk. Het is belangrijker wat er in en rondom je puber verandert.
Je kunt jezelf bijvoorbeeld afvragen:
- Is mijn kind anders gaan doen sinds deze vriendschappen?
- Gaat mijn kind steeds meer grenzen over?
- Is school veranderd?
- Wordt er meer gelogen of geheimgehouden?
- Lijkt mijn kind vooral mee te doen om erbij te horen?
- Kan mijn kind nog zichzelf zijn binnen deze vriendengroep?
Want soms zijn de vrienden niet zozeer het probleem, maar laten de vriendschappen iets zien wat al langer speelt, maar wat je eerder niet zag.
Je puber kiest niet alleen vrienden. Je puber zoekt ook iets
Dit is misschien een lastige gedachte als je je zorgen maakt. Je ziet je kind optrekken met jongeren die dingen doen waar jij absoluut niet achter staat. Dan ligt het voor de hand om vooral naar die jongeren te kijken.
Wat zien ze in mijn kind?
Waarom gaat mijn kind met hén om?
Waarom wil mijn kind hier zo graag bij horen?
Maar probeer ook eens een andere vraag te stellen:
Wat vindt mijn puber bij deze vrienden?
Misschien voelt je kind zich daar gezien. Hoort het er eindelijk bij. Of krijgt het status, spanning of vrijheid. Hoeft het daar even niet de leerling, dochter, zoon of brave jongen te zijn die thuis van alles moet.
Dat betekent niet dat je het gedrag van de groep moet goedkeuren of dat je je zorgen moet wegwuiven. Het betekent alleen dat er meer kan spelen dan: “Mijn kind heeft verkeerde vrienden.” Als je werkelijk wilt begrijpen wat er speelt, kan juist dat belangrijk zijn.
Waarom verbieden zo ingewikkeld kan zijn
Als ouder wil je soms maar één ding: Die vrienden moeten weg. Daarom verbiedt je je kind om met ze om te gaan. Je neemt de telefoon af. Je controleert waar je kind is. De regels worden strenger en je probeert te achterhalen met wie je kind contact heeft.
Soms zijn grenzen en ingrijpen absoluut nodig. Zeker wanneer er sprake is van situaties die je kind daadwerkelijk in gevaar brengen. Maar er zit een risico aan steeds meer controle.
Je kunt namelijk het gedrag aan de buitenkant proberen te stoppen, terwijl je ondertussen minder zicht krijgt op wat er werkelijk gebeurt.
Je puber vertelt minder.
Gaat dingen verbergen.
Vertelt niet meer waar hij of zij is.
Daardoor wordt de vriendengroep misschien juist belangrijker, omdat je kind daar het gevoel heeft dat het wél begrepen wordt.
Dat betekent niet dat je als ouder maar moet loslaten. Maar controle houden is niet hetzelfde als invloed hebben, al denken we soms van wel.
Maar wat als mijn puber echt verkeerde dingen doet?
Dit is een vraag die veel ouders bezighoudt en waar ook echt verschillen tussen zitten. Want een “Ik vind deze vrienden vervelend.” is echt iets anders dan “Sinds mijn kind met deze groep omgaat, gebeurt er echt iets wat niet goed gaat.”
Denk bijvoorbeeld aan structureel spijbelen, middelengebruik, agressie, stelen, vernielingen, ernstige bedreigingen of contact met politie of justitie.
Dan is het belangrijk om de situatie niet kleiner te maken omdat je bang bent de relatie met je kind te beschadigen. De verbinding houden met je kind is heel belangrijk, maar verbonden blijven betekent niet dat je alles moet accepteren.
Je kunt tegelijkertijd zeggen:
“Ik hou van je en ik wil weten wat er met je gebeurt.”
én:
“Dit gedrag vind ik niet acceptabel.”
Dat zijn geen tegenstrijdige boodschappen. Juist voor ouders die merken dat hun kind steeds verder afglijdt, kan het lastig zijn om die twee naast elkaar te houden.
Wat kun je doen als je puber niet luistert?
Je hebt het vast al allemaal geprobeerd. Je hebt gepraat. Uitgelegd waarom je je zorgen maakt. Je hebt gevraagd wie die vrienden zijn en grenzen gesteld. Misschien heb je zelfs een paar keer flink ruzie gemaakt. Toch lijkt er niets te veranderen.
Dan is het verleidelijk om nóg harder te gaan trekken aan je kind. Nog een gesprek, een regel of controleapp. Alleen de belangrijkste vraag is niet “Hoe krijg ik mijn puber zover dat hij naar mij luistert?” Want dan krijg je aan de oppervlakte gedrag dat je wilt zien, maar ben je de verbinding volledig kwijt. De echte vraag is: “Hoe zorg ik dat ik contact houd met mijn puber, ook als hij niet doet wat ik wil?”
Dat is iets anders. Want je hoeft het gedrag van je kind niet goed te vinden om geïnteresseerd te blijven in wat er achter zit. Je hoeft de vrienden niet aardig te vinden om je kind serieus te nemen. En je hoeft het niet eens te zijn met de keuzes van je puber om te laten merken: ik ben er nog.
Je hoeft niet meteen te weten wat je moet doen
Een van de moeilijkste dingen voor ouders van een puber die verandert, is dat je vaak geen duidelijk antwoord hebt.
Je weet niet of je moet ingrijpen, of je te streng bent of juist niet. Of je moet loslaten of verbieden. Ondertussen ben je zelf in je hoofd de hele dag bezig met je kind. Waar hij is, met wie. Wat ze doen en waarom hij op een bepaalde manier reageert.
Zorgen om je kind kunnen daardoor steeds meer ruimte innemen.
Dat is niet vreemd. Je bent ouder. Je wilt voorkomen dat het misgaat. Maar juist wanneer je voortdurend vanuit angst probeert te handelen, wordt het moeilijker om rustig te kijken naar wat er werkelijk nodig is.
Wat als ik bang ben dat ik mijn kind kwijtraak?
Misschien is dat uiteindelijk wel waar je grootste angst zit. Niet alleen de vrienden of het gedrag. Niet alleen de zorgen over alcohol, drugs, school of criminaliteit.
Maar: “Straks raak ik mijn kind kwijt.”
Dat gevoel kan enorm veel met je doen en het kan ervoor zorgen dat je steeds harder probeert om grip te krijgen. Terwijl je juist behoefte hebt aan iets anders: meer houvast in jezelf.
Niet zodat je alles kunt controleren, maar zodat je kunt blijven kijken, luisteren en grenzen stellen zonder dat angst iedere beslissing overneemt.
Want heel eerlijk: je kunt de vrienden van je puber niet kiezen, maar dat betekent niet dat je niets kunt doen.
Wil je weten wat je als ouder wél kunt beïnvloeden?
Ik heb hierover het gratis e-book Verkeerde vrienden. En nu? gemaakt voor ouders die zich zorgen maken over de vrienden, keuzes en richting van hun puber.
In het e-book ga ik een stap verder dan deze blog. Je krijgt 5 concrete inzichten die je helpen om anders naar de situatie te kijken. Onder andere rondom grenzen, contact, je eigen zorgen en wat wel en niet jouw verantwoordelijkheid is.
Het e-book bevat daarnaast een korte oefening waarmee je kunt onderzoeken waar je eigenlijk het meest bang voor bent en wat daarvan wel en niet binnen jouw invloed ligt.


