Van overleven naar leven: mijn persoonlijke verhaal
Is dit het nou? Hoewel we het niet snel zullen toegeven, is dit een vraag die veel moeders zich op een bepaald moment stellen. Misschien herken je het gevoel dat je vooral aan het zorgen, regelen en doorgaan bent. Alsof je aan het overleven bent als moeder, terwijl je eigenlijk ook gewoon wilt léven. Dat je wakker wordt en je de dag voor je bekijkt. Met kinderen waar je je zorgen om maakt, de zoveelste (thuis)werkdag en ’s avonds eten maken en met Netflix op de bank. En dat je denkt “is dit het nou?”. Is dit waar ik van droomde toen ik een klein meisje was, is dit hoe ik de rest van mijn leven wil doorbrengen? In een limbo van moetjes en dingen die geregeld moeten worden.
Het is een vraag die samenhangt met een stukje schuldgevoel. Want als je dit denkt, doe je dan recht aan hoeveel je van je kinderen houdt? En het voelt egoïstisch, want er zijn zoveel mensen die het slechter hebben dan jij. Met je goede baan, leuke partner en lieve kinderen. Dat gevoel van onvervuld zijn, dat is dan toch niet zo heel erg belangrijk?
Is dit het nou? De baan van mijn dromen en toch knaagt er iets
Jarenlang werkte ik aan de universiteit. Ik was gepromoveerd en had een plek als universitair docent. Een vaste aanstelling. Al met al een top plek waar mensen een moord voor zouden doen (leuke woordspeling, want ik ben criminologisch onderzoeker). Ik zat op de plek waar ik als student van droomde. De combinatie van lesgeven, onderzoek doen, samenwerken met inspirerende collega’s. En om enige twijfel hierover weg te nemen: ik hield van mijn werk. Ik was er goed in. Ik gaf met plezier les en deed mooi onderzoek.
En toch…Toch kwam de vraag waarmee ik deze blog begon vaak in mijn hoofd voorbij: is dit het nou? Niet uit ondankbaarheid, niet omdat het “niet goed genoeg” was. Maar omdat er diep vanbinnen een stemmetje zat dat wist: ik wil meer dan wat ik nu doe! Ik wil mensen ondersteunen en niet alleen onderzoek doen naar de problemen die er zijn.
Een andere baan was niet de oplossing
Ik kon mijn ontevreden gevoel niet oplossen door ergens anders hetzelfde te gaan doen. Hoewel mijn jaren bij de politie geweldig waren en ik daarnaast mijn praktijk al draaide, bleef ik tegen dezelfde dingen aanlopen. Een deel van mij wilde iets anders dan dit rationele academische pad dat ik had gekozen. Een stuk van mij wist dat ik iets te doen had wat vanuit mijn hart kwam, niet alleen uit mijn hoofd. Ik wilde moeders helpen het leven minder zwaar te maken. Om niet alleen maar te zorgen en verantwoordelijkheid te dragen en ik vond de manier om dat te kunnen doen.
Terugkijkend zie ik dat ik vooral aan het overleven was. Doen wat hoort en wat er gevraagd wordt. Doen wat verwacht wordt. Ik had alles op papier op orde, maar ondertussen raakte ik mezelf iedere dag een beetje meer kwijt. Hoewel mijn hoofd vond dat ik geen recht had om dat te denken, laat staan dat te zeggen. Want ik had toch alles wat mijn hartje begeerde? Waarom zou ik daar iets aan willen veranderen?
Toch koos ik om weg te gaan bij de universiteit. Hoewel lang niet iedereen in mijn omgeving die beslissing begreep. En ik begreep ook dat ze dat niet begrepen, want hoe kan je zoveel veiligheid en financiële zekerheid opgeven voor iets waarvan je nog niet weet wat het je gaat brengen?
Toch heb ik nooit spijt gehad van mijn keuze. Ik weet nu hoe groot het verschil is tussen overleven en leven. Hoe het voelt om keuzes te maken vanuit mijn hart. Om iets nieuws te creëren. Maar weet je, dat betekent niet dat die stemmetjes die zeggen dat het anders moet weg zijn. Nog steeds word ik wel eens wakker met het stemmetje is dit het nou? Maar niet vanuit twijfel. Niet vanuit het gevoel beperkt te zijn in wat ik doe. Ik zie het nu als een kans. Als een kans om dingen anders te doen. Om achter het gordijn van het vertrouwde te kijken naar hoe dingen ook zouden kunnen zijn.
Overleven als moeder: wanneer raak je jezelf kwijt?
Wat ik steeds duidelijker zie, niet alleen in mijn eigen leven, maar bij alle ouders met wie ik werk, is dat je jezelf onderweg gemakkelijk kunt kwijtraken. Zeker wanneer je kind groter wordt en de opvoeding soms behoorlijk ingewikkeld wordt. Ook ouders van pubers kunnen zo ver opgaan in zorgen, grenzen stellen, gesprekken voeren en proberen het goed te doen, dat de vraag “hoe gaat het eigenlijk met míj?” naar de achtergrond verdwijnt.
En ik leef het leven ook met vallen en opstaan, dus heb ook niet alle antwoorden klaarliggen. Maar misschien is “is dit het nou?” juist daarom niet alleen een vraag over je werk of je leven. Het is ook een uitnodiging om weer te kijken naar jezelf.
Want als je zo druk bent met zorgen, regelen, helpen en proberen het goed te doen, wanneer sta jij dan nog stil bij de vraag: hoe gaat het eigenlijk met míj? Je hoeft je kind niet los te laten om weer ruimte voor jezelf te maken. Je hoeft ook niet te wachten tot het thuis rustiger wordt. De verandering begint op het moment dat je jezelf weer serieus neemt.


