Wat moeilijk gedrag van je kind jou kan leren over grenzen, loslaten en wat je wel en niet kunt beïnvloeden.
“Het is de bedoeling dat dit je overkomt, daar heb je een les uit te leren.” Jak. Ik heb er zo’n hekel aan en krijg jeuk als dit soort dingen gezegd worden in ‘de spirituele wereld’. Niet omdat het niet waar is, maar echt, dit zeg je toch niet tegen iemand die net heeft gehoord dat zijn kind is gearresteerd, een ernstige ziekte heeft of weet ik wat voor rotnieuws heeft gekregen? Dan denk je niet aan de lessen, dan ben je er voor de ander.
Pas veel later, met terugwerkende kracht, ontstaat de ruimte om terug te kijken naar wat is gebeurd. Pas dan kan je misschien zien wat voor moois er verstopt zit onder de rottige buitenkant. En soms kun je dan zelfs dankbaar zijn voor wat er is gebeurd. Niet voor wat je kind heeft meegemaakt. Niet voor de zorgen, de angst of de slapeloze nachten, maar voor wat die moeilijke periode jou heeft geleerd.
Moet ik dankbaar zijn voor het probleemgedrag van mijn kind?
Nee. Je hoeft niet dankbaar te zijn voor het probleemgedrag, de zorgen of de pijn. Je kunt later wel dankbaar zijn voor wat die moeilijke periode je over jezelf, je grenzen en je mogelijkheden heeft geleerd.
Dankbaarheid. Het is iets wat met de kerstdagen en ook richting oud-en-nieuw vaak langskomt. Dat je dankbaar kan terugkijken op alles wat het afgelopen jaar is geweest. Waar je trots op bent, waar je van hebt genoten, wat je leuk vond. Heerlijk om daarbij stil te staan. Als we kijken naar de dingen waar we dankbaar voor zijn, kijken we vaak alleen naar de mooie dingen. De dingen waar we met plezier aan terugdenken. Niet de pittige, zware dingen. Het verdriet, de pijn, de zorgen. De momenten waarop je dacht: hoe moet dit ooit goedkomen?
En nu denk je waarschijnlijk: “Natuurlijk denk ik daar niet aan. Daar ben ik toch niet dankbaar voor?” En dat snap ik. Dankbaar zijn betekent niet dat je blij moet zijn met wat er is gebeurd. Het betekent ook niet dat pijn ineens goed of leuk wordt. En zeker niet dat je als ouder dankbaar moet zijn voor het probleemgedrag van je kind en dat je het gevoel hebt hem niet meer te kunnen bereiken.
Je hoeft niet dankbaar te zijn voor de ruzies of de zorgen over verkeerde vrienden. Niet voor de nachten waarin je wakker ligt omdat je kind niet thuiskomt of de politie aan de deur. Terugkijkend kun je later misschien wel dankbaar zijn voor wat die periode jou heeft laten zien. Maar wat doe je als je er nog middenin zit en vooral wilt weten hoe je hiermee om kunt gaan?
Hoe ga je om met probleemgedrag van je kind?
Als je je zorgen maakt om het probleemgedrag van je kind, kan het ontzettend moeilijk zijn om te bedenken hoe je hiermee moet omgaan. Het betekent niet dat je alles moet controleren of oplossen. Het kan ook betekenen dat je onderzoekt wat jij wel kunt beïnvloeden, waar jouw grenzen liggen en wat je moet leren loslaten.
Misschien heeft het probleemgedrag van je kind je wel laten zien dat je niet alles kunt controleren. Dat je niet iedere consequentie voor je kind kunt wegnemen. Of dat je al die tijd vooral bezig bent geweest met het voorkomen van iets, terwijl je jezelf ondertussen bent kwijtgeraakt.
Niet omdat het probleemgedrag daarom “nodig” was. Maar omdat moeilijke situaties je soms iets laten zien wat je daarvoor niet kon of wilde zien.
Wat probleemgedrag van je kind jou kan laten zien
Ik spreek regelmatig ouders die al een tijd leven met zorgen over hun kind. Ze proberen van alles. Praten. Grenzen stellen. Controleren. Helpen. Nog meer praten. Ondertussen raken ze zelf steeds verder uitgeput. Soms is juist die moeilijke periode het moment waarop ze ontdekken: zo wil ik het niet meer en gaan ze keuzes maken voor zichzelf.
Niet omdat het probleemgedrag van hun kind goed was, maar omdat ze daardoor zijn gaan kijken naar zichzelf. Naar hun grenzen, hun angst. Naar de manier waarop ze proberen hun kind te beschermen. Wat ze eigenlijk wel en niet kunnen beïnvloeden.
Dat kan een pijnlijke ontdekking zijn, maar ook een waardevolle.
Zorgen om je kind: jij mag ook je grenzen aangeven
Misschien kijk je nu naar je kind en denk je helemaal niet aan lessen. Je bent gewoon bezorgd. Boos. Verdrietig. Uitgeput. Je wilt vooral dat het probleemgedrag stopt en dat je je geen zorgen meer hoeft te maken. Dat mag!
Je hoeft vandaag niets moois te halen uit iets wat ontzettend moeilijk is. Maar weet dat er een moment komt dat je terugkijkt. Dan zie je niet alleen wat het je heeft gekost, maar ook wat het je heeft geleerd.
Over je kind.
Jezelf.
Je grenzen.
Over loslaten.
En wat je wel kunt beïnvloeden en wat niet.
Dan kan je daar dankbaar voor zijn. Niet voor wat pijn deed, maar voor wat je dankzij die pijn hebt leren zien.
Wat heeft het probleemgedrag van je kind jou geleerd?
Mijn uitnodiging aan jou is om eens terug te kijken naar een moeilijke periode met je kind. Niet om te zoeken naar waarom dit je moest overkomen. En ook niet om jezelf wijs te maken dat je er dankbaar voor moet zijn.
- Wat heeft deze periode jou laten zien?
- Wat weet je nu over jezelf wat je daarvoor nog niet wist?
- Waar heb je geleerd een grens te trekken?
- Wat kun je wel beïnvloeden en wat niet?
- Is er iets wat je anders zou willen doen als je hierop terugkijkt?
En misschien is het antwoord wel: helemaal niets. Misschien zit je er nog middenin of heb je hier helemaal geen zin in. Ook dat is goed. Je hoeft niet van iedere moeilijke situatie meteen een les te maken.


